COPD

De afkorting COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease (Chronische obstructieve longaandoeningen) en is een verzamelnaam voor longaandoeningen die zich kenmerken door een vernauwing van de luchtwegen die niet of niet geheel omkeerbaar is. Deze vernauwing wordt geleidelijk aan erger en hangt meestal samen met een abnormale ontstekingsreactie van de longen op prikkels van buitenaf, zoals roken of kleine gasdeeltjes of fijnstof. (Eerder sprak men van chronische bronchitis en emfyseem). Die vernauwing maakt het ademen moeilijker en minder efficiënt.

photodune-9430562-copd-chronic-obstructive-pulmonary-disease-xsTypische verschijnselen van COPD zijn hoesten en slijm opgeven. Kortademigheid bij inspanning is een ander veel voorkomend verschijnsel bij patiënten met COPD. Een piepende ademhaling kan onderdeel zijn van deze reeks van symptomen. Patiënten met COPD kunnen geregeld luchtweginfecties hebben, waardoor hun conditie verder achteruitgaat. Deze perioden worden wel exacerbaties genoemd. COPD kan grote beperkingen opleveren, thuis en op het werk. Inademen gaat meestal wel, maar vooral uitademen levert een probleem op. Als

COPD-patiënten zich inspannen, gaan ze sneller ademen. De druk in de borstkas kan te groot worden voor de kleine, minder stevig geworden luchtwegen, waardoor ze bij het uitademen vroegtijdig dicht kunnen gaan zitten. De ademhaling wordt kort en oppervlakkig. Ook de zogenoemde hulpademhalingsspieren gaan meedoen om toch voldoende zuurstof binnen te krijgen. Op den duur leidt dit tot een inademingsstand van de borstkas. Normaal ademen kost steeds meer energie en ze worden snel benauwd. Als patiënt met beginnend COPD merkt u dat tijdens zwaardere lichamelijke inspanning zoals fietsen tegen de wind in, of hardlopen. Als de COPD verergert, kunt u al benauwd worden bij bijvoorbeeld traplopen of stevig wandelen.

De begeleiding van COPD patiënten kenmerkt zich door het verbeteren van de fysieke belastbaarheid, passend bij het trainingsnivo van de patiënt. De COPD patiënt wordt hiervoor allereerst onderzocht om de hulpvraag in kaart te brengen. Daarna volgt het vaststellen van een behandelplan.

<- terug naar overzicht